Wat een rust heerst hier 's nachts. Wegens de benauwdheid slapen we voor de tweede nacht met open raam. Het enige geluid waarvan ik ben wakker geworden is... een gezapige regen (Annette heeft er zelfs gewoon door geslapen).
Na het ontbijt en uitchecken lopen we nog even binnen bij Safeway en gooien de tank nog eens vol.
Het is net geen tien uur wanneer we Valdez achter ons laten. Een kleine 7 kilometer verder ligt Old Valdez, dat door de aardbeving en tsunami van 1964 werd vernield. Dit werd blijkbaar zo grondig gedaan, dat er eigenlijk niks meer te zien valt buiten een monumentje en enkele betonnen vloerplaten. Het gebied is trouwens omheind. Terwijl we er omheen rijden, zie ik opeens een bruine beer aan de andere kant van de omheining lopen. Omdat er draad en zo'n 75 meter tussen ons zit, stappen we uit en gaan tegen de draad staan om foto's en film te maken. Bruintje heeft ons onmiddellijk in de smiezen maar gebaart verder niet naar ons. Wanneer we terug vertrekken zien we dat de draad 50 meter verder gewoon open is. Slik, 2, 3...
We rijden nog even tot aan de olieterminal maar sinds de 9/11 is deze voor onbevoegden afgesloten. Op de terugweg zijn we nog getuige van een gevecht tussen een meeuw en een adelaar. Nooit gedacht, maar de adelaar geeft zich gewonnen en vlucht een boom in.
Een eindje verder op de Richardson Highway rijden we de Keystone Canyon in. Hoge wanden met een paar imposante watervallen en de immense restanten van de lawine die afgelopen winter Valdez van de buitenwereld afsloot en voor een stuwdam op de rivier zorgde zodat een groot deel van het dal overstroomd werd.
Wanneer we de Thompsonpas oprijden krijgen we prachtige zichten op besneeuwde bergen. Tegen dat we boven zijn ligt er ook sneeuw langs de weg. We zitten nu op 782 meter hoogte en hebben het gevoel boven de 3000 te zitten!
Net voorbij de top van de pas ligt rechts het nog deels bevroren Worthington Lake en iets verder links de gelijknamige gletsjer. Beiden 'worth to see'. Je merkt hier trouwens dat de lente nog maar pas begonnen is: de bomen komen nog maar pas in de bladeren.
We zijn al aan kilometerpaal 101 als we voor het eerst de oliepijpleiding tussen de bomen zien liggen. Deze loopt helemaal van Prudhoe Bay in het noorden (denk aan de 'Iceroad truckers') naar Valdez.
We zullen ze de komende dagen nog vaak te zien krijgen.
We zullen ze de komende dagen nog vaak te zien krijgen.
Copper Center is een gehucht met 297 inwoners die in her en der verspreide chalets (sommige de naam niet waard) wonen. We rijden er eens even door maar hebben het snel gezien.
Even later zien we een afslag met mooi welkomsbord van het gehucht Gulkana. Aan de andere kant van de straat staat een groot waarschuwingsbord dat de import van alcohol streng verboden is. Aangezien we hier niets van bij hebben rijden we verder. Al snel ontdekken we dat de meeste inwoners afstammelingen zijn van de indianen. De woningen variëren van mooi en ruim tot piepklein en armoedig. Aan het bureau van de chief staan een viertal uit de kluiten gewassen jeeps. Het dorp heeft een eigen kerkje, clinic en ontmoetingshuis. Kinderen staan blijkbaar in het middelpunt want overal zie je kleine speeltuinen. Het geheel heeft veel weg van een commune.
Eenmaal terug op de highway hobbelen (letterlijk) we rustig verder. Met momenten wanen we ons op een kermisattractie en kriebelt het in de buik. Voorbij de afslag naar Anchorage verdwijnt zelfs de schaarse bebouwing. Stel het je voor dat je van bij ons naar de kust rijdt, langs heel het traject 2 gehuchten met een tiental huizen ziet en maximum 40 voertuigen kruist. Wanneer we binnen de minuut 4 auto's kruisen slaat de stress toe: wat een drukte ;)
Twee keer ligt er midden in het niets een roadhouse; primitief tankstation en eetgelegenheid. Tussen de twee passeren we echter over een heuvel waar we een fantastisch uitzicht over meren en bossen hebben. Bomen zover het oog reikt (ook door verrekijker). DIT is The Last Frontier, en niet die van de Kilchers. Helemaal aan de einder ontwaren we, enkel met verrekijker, de Mt. Mc Kinley.
Indien we in de Black Rapids Lodge willen eten, zullen we daar voor 18u moeten aankomen. Dat gaat volgens navigatie heel krap worden en dus houden we halt aan het tweede roadhouse dat tevens de laatste eetgelegenheid is: Meiers Roadhouse. Wanneer we stoppen worden we al onmiddellijk begroet door de oudere uitbaatster. Eens binnen wanen we ons in de jaren 1950. Oud winkeltje, typisch amerikaans restaurantje (kantine). Daarachter donkere bar en ernaast.... een museumpje. En dat alles uitgebaat door een ouder koppel en - vermoeden we - kleindochter die achter de kassa zit te tokkelen op haar... ipad.
De menukaart biedt hamburger, hamburger, chickenbasket, hamburger en tot slot nog hamburger :D
Maar wel lekker en groot. Koffie en water zijn van het huis. Achter in de bar zit een kerel met baard waar ik alleen maar jaloers op kan worden. Hij komt ons begroeten en vraagt of we noordwaarts rijden. Wanneer we dat bevestigen wenst hij ons een behouden vaart. We zullen snel genoeg ervaren waarom...
Maar wel lekker en groot. Koffie en water zijn van het huis. Achter in de bar zit een kerel met baard waar ik alleen maar jaloers op kan worden. Hij komt ons begroeten en vraagt of we noordwaarts rijden. Wanneer we dat bevestigen wenst hij ons een behouden vaart. We zullen snel genoeg ervaren waarom...
Tijdens het eten zien we baardmans konkelfoezen met opa en nog voor we gedaan hebben vraagt oma ons een 'favour': "onze goede vriend Robert moet naar de dokter en staat al heel de dag tevergeefs te liften. Of wij hem mee zouden willen nemen tot onze eindbestemming, dan is hij al een eindje op weg geholpen." Het 'eindje' tot Black Rapids is nog 91 km! We hoeven echt geen schrik te hebben want ze kennen Robert heel goed en het is, ondanks zijn uiterlijk, echt een brave man.
Tien minuten later zijn we alles van de achterbank in het koffer aan het gooien, nemen we een foto van Robert en mij (zodat ik weet wanneer mijn baard lang genoeg is - hetgeen nog zo'n 2 jaar zal duren) en rijden we met 3 ipv 2 verder. Robert heeft zich op de achterbank genesteld en het duurt niet lang of hij hangt tussen onze zetels en vertelt honderduit over zijn levensfilosofie en zijn leven als lifter door heel de USA en Europa :)
We zien nog wel wat van het landschap maar het dringt niet meer echt tot ons door. Behalve wanneer Robert er iets over vertelt. Toch maken we nog een paar fotostops en hebben weer een privéfotograaf. We komen nog langs het nagenoeg volledig bevroren Summit Lake en de 'Rainbowmountain', zo genoemd vanwege de verschillende tinten groen, grijs, rood en bruin.
Aangekomen aan de lodge krijg ik zowaar compassie met Robert. Hier is dus écht niets in een straal van tientallen kilometers. En verkeer komt ook al niet langs. Toch bedankt Robert "mister Jack en ma'm" (we hadden hem al gezegd ons gewoon bij voornaam aan te spreken maar hij heeft teveel respect voor ons dat we hem zomaar meenemen) en stapt uit.
Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat hij vannacht in de schuur bij de lodge gaat slapen in de hoop dat we hem morgen weer meenemen, maar als we uit ons raam kijken zien we hem in de verte wegwandelen.
De lodge is pure luxe. Prachtig ingericht en heel gezellig. Echter geen internet en dus geen foto's of filmpjes vandaag. Volgens de ober hier zien we misschien nog bizons. De voorbije dagen zijn er een paar honderd door de vallei getrokken op weg naar hun plek om te kalveren. We wisten dat er ergens een uitkijkpunt was om ze te zien maar dat hebben we om bekende redenen gemist.
Het weer was een mix van zon, wolken en een paar buitjes aan het einde. Temperatuur tussen 10 en 18°C, naargelang de hoogte.
Toch weer 395 km gereden.
Morgen maken we ons op weg voor het laatste stukje naar Fairbanks.
Schitterende foto's !
BeantwoordenVerwijderenhahaha ik lees dit verhaal nu pas, wat grappig!!!
BeantwoordenVerwijderenEnnneeeuuuhhh papa zo lang hoeft je baart ECHT niet hoor!!